• Home
  • Contact
  • knop
Algemeen
Op deze pagina worden een aantal zaken beschreven m.b.t. ons onderwijs.

Spelling

Belangrijke inzichten omtrent het spellingonderwijs en de manier waarop kinderen zich de spellingafspraken van onze taal eigen maken hebben ertoe geleid dat wij vanaf het schooljaar 2014-2015 wijzigingen in ons onderwijs hebben aangebracht.
Het ontwikkelen van spellingbewustzijn staat voorop. Het gaat er om dat kinderen zich  bewust worden van de spellingregels, deze kunnen benoemen en  bewust kunnen toepassen.
Iedere eenheid van spelling neemt 4 weken in beslag. In week 1 en week 2 krijgen kinderen (nieuwe) categorieën aangeboden. Dagelijks zullen zij met deze woorden oefenen. Daarnaast blijft er aandacht voor reeds eerder aangeboden categorieën, door dagelijks een 5-woorden dictee aan te bieden. In week 3 volgt een controledictee. Kinderen die de lesstof beheersen kunnen verder met verdiepende opdrachten of met het schrijven van eigen teksten. Kinderen die moeite blijken te hebben met de regels krijgen gedurende week 3 en 4 herhalingslessen aangeboden.
 
Een belangrijke wijziging voor u en voor de kinderen is dat er geen woordpakketten meer zullen worden meegegeven. Het oefenen en leren van woordpakketten blijkt immers geen invloed te hebben op het verbeteren van het spellingbewustzijn.
Wilt u uw kind thuis ondersteunen, vraag uw kind dan om de categorie die het heeft geleerd.
U kunt de spellingregel oefenen door de volgende oefeningen:
 vraag uw kind of het nog meer woorden kent met deze regel.
 kan uw kind in de woonkamer, badkamer, slaapkamer, keuken woorden vinden die bij deze spellingregel horen.
 kan uw kind in een leesboek zelf woorden vinden die er ook bij horen.
Door dit soort oefeningen ontwikkelt uw kind een spellingbewustzijn.
 
Voor het bewust leren schrijven van woorden leren kinderen de volgende stappen te zetten. Als u uw kind helpt, dan kunt u dit ook inzetten.
 
De leerstof voor spelling is (globaal) als volgt verdeeld over de verschillende jaargroepen:
 
 

Groep 3:

In de groepen 3 ligt de nadruk op het leren lezen. Kinderen leren letters, woorden, zinnen en uiteindelijk een boek lezen. Binnen  de methode Veilig Leren Lezen leren wij de letters aan met behulp van de klankgebaren. Dit als ondersteuning bij het leren lezen, maar zeker ook bij het leren spellen van woorden. Letters worden geplaatst op een letterbord dat in categorieën is opgedeeld, namelijk:

korte klank: o,a,e,i,u

langen klank: oo,aa,ee,uu

twee-tekenklank: au,ou, ei, ij, oe, ui, eu, ie

medeklinkers: q,w,r,t,p,s,d,f,g,h,j,k,l,z,x,c,v,b,n,m,

Dit is ter voorbereiding op het spellingonderwijs vanaf groep 4. Kinderen hebben deze termen nodig, om vanaf groep 4 goed te leren spellen.

Daarnaast bieden we vanaf week 3 bijna iedere dag een dictee aan van 5 woorden en al snel ook een zin. Dit om de kinderen snel bewust te maken van hoe een woord geschreven en dus gespeld moet worden. Deze woorden zijn klankzuiver: je schrijft de woorden precies  zoals  je ze zeg t. Aan het eind van groep 3 komen hier ook de niet-klankzuivere woorden bij.

 
Groep 4:
·         In dit leerjaar wordt de verbinding van klanken en letters behandeld. Het gaat niet alleen om de eenvoudige klank-letteromzettingen; alle gangbare clusters van medeklinkers, zowel aan het begin als aan het einde van een lettergreep, komen systematisch aan bod. Bijvoorbeeld: slak, spin, staan, traag, schaap; poort, bord, gang, plank. Bij de klinkers worden lange clusters behandeld, zoals haai, mooi, bloei, meeuw, nieuw.
·         Er wordt een begin gemaakt met de regel van gelijkvormigheid (zonder deze regel te
noemen): hond vanwege honden, krab vanwege krabben, ook al hoor je een /t/-klank, respectievelijk een /p/-klank in hond en krab.
·         De etymologisch (op basis van afkomst) bepaalde schrijfwijze van de /ei/-klank en de /au/-  klank wordt behandeld: trein - fijn; nauw - mouw.
·         Het verschil in schrijfwijze van de ch en g, horend bij (bijna) dezelfde klank, komt aan de orde.
·         •De niet-geschreven stomme e, in woorden als help, half, scherm, werk, komt uitgebreid aande orde.
·         Bij het schrijven van samenstellingen leren de leerlingen rekening te houden met de structuur van het woord. Muisstil wordt geschreven met twee s’en ook al hoor je er maar één, want he tis muis en stil.
·         Dezelfde structuuranalyse maken de leerlingen bij verkleinwoorden: feestje, met een t voor het achtervoegsel ~je, want het is feest.
·         De leerlingen leren woorden waarbij ze twijfelen over de spelling, op te zoeken in het woordenboek.
Groep 5:
·         Het belangrijkste thema van dit leerjaar is de kwestie van de open en gesloten lettergrepen: boom - bomen; bom - bommen. Het principe van enkele of dubbele klinkers, gevolgd door
enkele of dubbele medeklinkers, wordt gevisualiseerd met een schema: het klaverblad. De leerlingen leren woorden juist te plaatsen in het klaverblad, hetgeen door het nemen van de aangegeven stappen eenduidig leidt tot de juiste spelling.
·         De stomme e komt terug, in woorden als regenen, jarig, vrolijk.
·         De etymologisch bepaalde schrijfwijze van de /ei/- en de /au/- klank wordt uitgebreid, ook met homoniemen: kauw - kou; wei - wij.
·         Andere moeilijkheden van de vorige jaargroep worden herhaald, zoals de kwestie ch - g, de t in feestje en samenstellingen waarbij de leerlingen letten op de structuur.
·         De leerlingen leren woorden waarbij ze twijfelen over de spelling, op te zoeken in het woordenboek.
Groep 6:
·         Alle basisprincipes van de spelling worden herhaald en uitgebreider geoefend.
·         De schrijfwijze van de tussen-e(n) in samenstellingen als blokkendoos, kippenhok,
ziekenhuis, lenteweer wordt geleerd met behulp van een algoritme  
(stappenschema).
·         De eind-n in bijzondere situaties wordt behandeld: houten (lepel), leefde - leefden, werkte - werkten.
·         Er wordt ingegaan op de afwijkende spelling van (frequente) bastaardwoorden en vreemde woorden: insect, computer, circus, taxi, baby.
·         De leerlingen zoeken woorden waarbij ze twijfelen over de spelling op in het woordenboek. Ze kunnen hierbij gebruik maken van het zoeken-op-klank.
·         Er worden in deze jaargroep ook begrippen opgebouwd die de basis vormen voor de
werkwoordspelling. Het systeem achter de werkwoordspellingkomt pas in het volgende jaar aan de orde.
 
Groep 7:
·         Hoofdonderwerp van dit leerjaar is de werkwoordspelling. Deze wordt aangeleerd aan de hand van een algoritme (stappenschema), waarin de grammaticaal bepaalde
beslissingsstappen systematisch worden doorlopen.
·         Een serie achtervoegsels wordt behandeld: woorden op ~heid, ~isch, ~teit en andere.
·         Er wordt geoefend met een eenvoudig algoritme (stappenschema) voor het schrijven van het deelteken (trema) en het koppelteken bij klinkerbotsingen. Bijvoorbeeld bij: ruïne, geërfd, zeeën; zee-eend, na-apen.
·         Het spellingverschijnsel van het meervoud versus de verkleinvorm bij woorden die eindigen op een open lettergreep komt aan de orde: opa’s - opaatje; piano’s - pianootje.
·         Er wordt verdergegaan met de onregelmatige spelling van bastaardwoorden en vreemde woorden. Daarbij gebruiken de leerlingen de Basisspellinggids, waarbij ze woorden ook op klank kunnen opzoeken.
 
Groep 8:
·         Het algoritme van de werkwoordspelling wordt ‘ingekort’ tot een checklist voor het snel opsporen van moeilijke gevallen.
·         De analogieregel die geldt voor het schrijven van de tussen-s, stationschef, kapperszaak, wordt geleerd.
·         Alle onderwerpen komen nog eenmaal aan bod, waarbij hier en daar een nieuw detail wordt behandeld.
·         De leerlingen raken ervan doordrongen dat spelling in principe een eindig, leerbaar systeem is, met als beperking dat je sommige woorden gewoon moet opzoeken in een woordenboek.